Ra ra wie of wat ben ik?

Aan het eind van het kalenderjaar kijken we terug. Ik vraag de leerlingen om drie personen (of onderwerpen/gebeurtenissen) te noteren waarover we het gehad hebben. Daarbij noteren ze in steekwoorden alles wat ze over erover weten. Ze raadplegen hun boek of zoeken met hun smartphone op Wikipedia.

Dan gaan de boeken dicht en de telefoons uit.

wieIk neem een persoon in gedachten. Ik vertel de leerlingen dat ze bij toerbeurt een ja/nee-vraag mogen stellen om erachter te komen aan wie ik denk. Als bijna iedereen zijn vraag gesteld heeft, beginnen sommigen door te krijgen aan wie ik denk. Hierna spelen de leerlingen hetzelfde spel in tweetallen. Ze nemen allebei een persoon (of gebeurtenis) in gedachten en stellen om de beurt een vraag aan elkaar. Wie weet het eerst aan wie (of wat) de ander denkt?

Sommigen zijn snel klaar en willen graag verder spelen. Ze zoeken snel andere personen op of wisselen van partner. Een leuke activiteit voor een terugblik op de lesstof.

141029-zeggen-wie-ik-ben

Bewaren

Presentatie: groepsreis of markt

Bij M&M werken de leerlingen vaak aan een groepsopdracht:

  • onderzoek of interview
  • muurkrant, mindmap, collage, tekening, grafiek  of tabel
  • maquette
  • Powerpoint of Prezi.

Een nuttig proces, omdat veel van de lesstof in deze werkstukken verweven wordt. Het mooiste is als de materialen daarna gepresenteerd en toegelicht worden. Dat motiveert de makers om extra hun best te doen op het eindresultaat.

Voor de klas is het echter maar moeilijk vol te houden om naar al die verschillende presentaties te kijken en blijven luisteren. Een groepsreis of presentatiemarkt biedt  uitkomst.

muurkrant-2

Groepsreis

  1. De leerlingen zitten in hun groepje bij elkaar; nummer de groepsleden: 1, 2, 3 en 4.
  2. De nummers 1 schuiven één tafel op, de nummers 2 twee tafels, de nummers 3 drie tafels. De nummers vier blijven zitten, zij gaan straks presenteren!
  3. De nummers 4 houden de presentatie voor de reizigers. De nummers 4 vertellen wat ze gedaan hebben en laten het resultaat zien. De reizigers luisteren.
  4. De reizigers vatten de presentatie kort samen, zodat ze daarover aan hun eigen groepsleden kunnen vertellen. Iedere reiziger noteert steekwoorden.
  5. Iedereen gaat terug naar de eigen groep. Bij toerbeurt brengen de reizigers verslag uit van de groepsreis.
  6. Iedereen schrijft voor zichzelf een kort verslag.

 

Presentatiemarkt

  1. Elke groep zet alles klaar voor de presentatie. Nummer de groepjes om en om: A, B, A, B enz.
  2. De groepjes A blijven bij hun werkstuk, zij gaan straks als eerste presenteren. Elk groepje B wordt toeschouwer bij één van de groepjes A.
  3. De groepjes A presenteren. De leerlingen van groepje B beoordelen de presentatie. Ze noteren twee tips en twee tops.
  4. De groepjes A blijven bij hun werkstuk. De groepjes B schuiven één plek op en komen bij een volgend groepje A.
  5. De groepjes A presenteren een tweede keer, maar nu aan een ander groepje B. Ze nemen de tips mee in deze tweede presentatie.
  6. De groepjes B geven tips en tops bij de tweede presentatie.
  7. Hierna wisselen de rollen om. De groepjes B gaan presenteren en de groepjes A luisteren en beoordelen.

markt

 

 

 

Slag in de Javazee

Zeven wrakken uit de Tweede Wereldoorlog verdwenen van de zeebodem. De ontdekking van deze vermissing was veelvuldig in het nieuws. En daarmee de Slag in de Javazee. In Plein M komt deze niet aan bod, maar het zou er ter illustratie van de strijd om Nederlands-Indië goed in hebben gepast.

Noordhoff heeft een actuele lesopener over dit onderwerp ontwikkeld. De tips voor een les  in leerjaar 1 en 2 vindt u via deze link.
Hieronder in deze blog staat achtergrondinformatie voor de docent.

bb201303_javazee_foto_3_1

Wat gebeurde er?
Op 10 januari 1942 waren de Japanners Nederlands-Indië binnengevallen. De geallieerden wilden voorkomen dat Japanners verder oprukten. Nederlandse, Amerikaanse, Britse en Australische schepen vertrokken 26 februari vanuit Soerabaja. Een dag later trof het eskader de Japanners op de Javazee.

Tien van de veertien geallieerde schepen werden tijdens de slag en in de dagen erna tot zinken gebracht. Een ooggetuigeverslag is te bekijken op anderetijden.nl. Door de ondergang van de Hr. Ms. De Ruyter, Hr. Ms. Java en de Hr. Ms. Kortenaer kwamen meer dan negenhonderd Nederlandse bemanningsleden om het leven.

Een gelijke strijd?
Enkele dagen later zei koningin Wilhelmina in een radiotoespraak: ‘De marine heeft bij de aanval op een geweldige overmacht, de eer van de vlag op roemvolle wijze hooggehouden en, tezamen met onze bondgenoten, zware verliezen aan de vijand toegebracht.’ *

ms-java-1937

De Hr. Ms. Java in 1937. Het schip zou vergaan in de Slag in de Javazee in 1942. © ANP

Na de oorlog bleek dat beide partijen ongeveer even groot waren geweest, maar dat de verliezen aan Japanse kant veel kleiner waren. De strijd werd vooral beslist door de langeafstandstorpedo. Hiermee werden de geallieerde schepen één voor één van grote afstand getroffen. Terwijl de Japanse schepen zelf buiten schot bleven.

Wrakken
De wrakken van deze schepen zijn in 2002 door amateurduikers ontdekt. Nu, bij de voorbereidingen van de 75-jarige herdenking, blijken de wrakken verdwenen. Mogelijk verkocht als oud ijzer. Nederland wil volgens Rutte samen met Indonesië een onderzoek beginnen naar de verdwijning van de oorlogsschepen.

Een actuele lesopener met tips voor een les in leerjaar 1 en leerjaar 2 over dit onderwerp vindt u hier.

 

 

 

 

 

* www.go2war2.nl ‘Proclamaties Koningin Wilhelmina’ en L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog 9. Londen. Eerste helft (Den Haag, Staatsuitgeverij, 1979) 320.

VN-soldaten met vliegers

Windenergie opwekken met behulp van grote vliegers bespaart geld en brandstof. Dit idee van Kitepower heeft de Defensie Innovatie Competitie 2016 heeft gewonnen.

energieproducerende-vlieger-moet-terug-zien-in-missies-defensie

Het leger is een grootverbruiker van energie en grotendeels afhankelijk van fossiele brandstoffen. Dat brengt risico’s met zich mee. Om oplossingen te vinden, daagde Defensie startende bedrijven en het midden- en kleinbedrijf uit om met nieuwe ideeën te komen. Kitepower heeft deze uitdaging gewonnen, omdat hun idee snel en eenvoudig toepasbaar is en omdat het milieuvriendelijk is. Meer informatie staat in dit filmpje van kijk.nl:

//embed.kijk.nl/video/I0rHCIUmAKNl

De vlieger zou ingezet kunnen worden op een basis in Mali. In een eerdere blog schreef ik over Nederlandse VN-soldaten die in Mali proberen de veiligheid te bewaken. Nu de ministerraad besloten heeft ook in 2017 deel te blijven nemen aan de VN-missie in Mali (zie: defensie.nl), kan het wel eens extra interessant zijn als daar op korte termijn vliegers ingezet kunnen worden om stroom op te wekken.

Lesidee:

  • Sta met de leerlingen stil bij het werk van VN-militairen. Wat doen zij en waarom?
  • Kijk naar het belang van deze uitvinding. Wat zou het gevaar zijn als je afhankelijk bent van fossiele brandstoffen? Waarom is dat juist voor een leger een belangrijk risico?

Kitepower wint innovatiecompetitie Defensie 2016 (C) ANP

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Een tip van een collega

Ken je dat? Stel een vraag over de leerstof aan de klas. Een enkeling steekt zijn vinger op, de rest kijkt zo onopvallend mogelijk in zijn boek. Je wilt graag dat iedereen actief meedoet. Je zoekt dus interactieve en liefst activerende werkvormen.

Dat kan met een smartphone. Hardstikke leuk (en als je het goed doet ook nuttig):

happy

  • een woordweb maken met Bubbl.us of popplet
  • een quiz doen met socrative.com
  • een simpel toetsje afnemen met questbase

 

Alleen..

sad

  • iedereen moet een werkende telefoon hebben
  • de wifi op school moet toereikend zijn om een hele klas aan het werk te hebben
  • de docent moet ermee uit de voeten kunnen

Wat doe je als je wel activerend, maar niet digitaal wilt of kunt werken?
Een collega van me vond een al bestaande oplossing opnieuw uit. Ze heeft een set uitwisbare whiteboard kaarten. Die kun je eenvoudig zelf maken, een wit papiertje, plastic hoesje of plastificeren en klaar. Natuurlijk zijn ze ook kant en klaar te koop. Bijvoorbeeld op leerhulpmiddelen.com. Ook kocht ze uitwisbare stiften. In de les krijgt elke leerling een bord, stift en wisdoekje. Ze stelt een open vraag met een kort antwoord.Bijvoorbeeld:

  1. In welk jaar is de VOC opgericht?
  2. Hoe heet het bondgenootschap in WOII waar Duitsland en Japan deel van uitmaakten?
  3. Noteer vier landen die bij de Geallieerden horen.
  4. Wat is een ander woord voor…

Of ze projecteert een meerkeuzevraag op het digibord. Bijvoorbeeld:

Mensen in arme landen werken vooral in de
A diensten
B industrie
C landbouw

vingers

In plaats van dat de leerlingen een vinger opsteken of het antwoord op hun mobiel intoetsen, noteren ze het op hun bordje. Op een teken van haar houdt iedereen zijn bordje met het antwoord omhoog. Zij ziet in één oogopslag of de antwoorden kloppen. Even uitwissen en er is plek voor een volgende vraag.

Een collega vroeg wat smalend of ze weer terug wilde naar de leitjes met een griffel. Maar de leerlingen werden steeds enthousiaster. Sommigen begonnen zelfs in een hoekje van hun bordje hun score bij te houden! Want het wedstrijdelement van de smartphones, dat spreekt ze erg aan.

 

 

 

 

 

 

 

Een extraatje van Plein M… voor een actuele les!

Wilt u graag uw les op een actuele manier openen? Voor schooljaar 2016-2017 biedt Plein M tweewekelijks op de website actuele lesopeners aan voor docenten.

In de actuele lesopeners staan werkvormen, beeldmateriaal en opdrachten die aansluiten bij de actualiteit en passen binnen het curriculum voor leerjaar 1 en leerjaar 2 vmbo. De eerste lesopener gaat over de overspannen woningmarkt. U vindt het artikel met de opdrachten hier.

Vanmorgen stuitte ik op een ander artikel dat goed in de les te gebruiken is. In de Volkskrant van 12 oktober staat ‘Avondspits niet door werk’.

avondspits

ANP

Uit onderzoek blijkt namelijk dat vooral ’s avonds een groot deel van de weggebruikers niet bestaat uit forensen (woon-werkverkeer) maar uit mensen die onderweg zijn om te gaan sporten of winkelen. Leuk om mee te nemen in leerjaar 2 bij hoofdstuk 2 Wonen en werken in één wereld. Maar ook om eens stil te staan bij hoe al dit soort cijfers verzameld worden en te bespreken hoe onderzoek in zijn werk gaat. Of hoe je dit soort gegevens in grafieken en tabellen kunt verwerken.

Bewaren

Prehistorische dieren in beeld

Sommige onderwerpen zijn zó abstract, dat ik veel beeldmateriaal zoek om het onderwerp bij de leerlingen tot leven te laten komen. Bijvoorbeeld voor de prehistorie: de ijstijd, het veranderende landschap, de manier waarop de jager-verzamelaars en later de eerste boeren leefden.
Tijdens mijn zoektocht stuitte ik op Google Arts & Culture. Ik kwam er maar met moeite weer weg.

De site, google arts & culture, is een enorme database van afbeeldingen, informatie, filmpjes rondom allerlei onderwerpen die te maken hebben met geschiedenis en kunst. Je kunt afbeeldingen zoeken op ‘historische gebeurtenissen’, ‘historische figuren’, ‘kunstenaars’, ‘stromingen’. Door de samenwerking met diverse musea betreft het vaak uniek materiaal, dat niet zomaar op google-afbeeldingen of-video’s te vinden is.

google-arts-culture

Eén gevaar ligt op de loer: er is zoveel te vinden, dat je blijft rondkijken en van het ene onderwerp overstapt naar het andere en zo vergeet waarmee je bezig was. Gelukkig is rechts bovenaan ook een vergrootglas geplaatst, zodat je met een trefwoord gericht kunt zoeken.

Een korte impressie van de site wordt in het youtubefilmpje hieronder mooi in beeld gebracht.

 

Zomers genieten dankzij de ijstijd

Om het vakantiegevoel vast te houden, ging ik gisteren na mijn werk naar het Henschotermeer. Daar trof ik een brugklas met hun mentor. De leerlingen vermaakten zich in het water en met het zand of deden verstoppertje tussen de bomen op de heuvel. Al snel was het tijd om naar huis te gaan. Terwijl de leerlingen hun spullen verzamelden en zich aankleedden, ontspon zich een gesprek over de omgeving en de fietstocht van de heenreis. ‘Moeten we nu weer de bergen op fietsen? Eigenlijk wel gek hè, meneer, dat hier zoveel bergen zijn. In Nederland zijn toch geen bergen.’ Een ander voegde eraan toe ‘Haha, het lijkt hier wel bergen aan zee, maar de zee is toch ver weg? Waarom zijn hier dan wel duinen?’
Het antwoord van de mentor kon ik niet verstaan, maar ik zag wel een mooi aanknopingspunt voor de lessen Mens en Maatschappij:

  • in leerjaar 1 over de aanwezigheid van de enorme zwerfkeien in Nederland
  • in leerjaar 2 over het ontstaan van de verschillende grondsoorten.

Met een recreatieplas in een stuwwalgebied wordt heel concreet voor de leerlingen dat de ijstijd van toen, heeft gezorgd voor een afwisselend landschap nu, waar we naar hartelust kunnen recreëren.

henschotermeer204

De rol van de ijstijd

In de voorlaatste ijstijd (200.000 – 130.000 jaar geleden) is de Gelderse Vallei uitgeschuurd door een ijslob en vormden zich stuwwallen die we nu kennen als de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. Het Henschotermeer zelf is overigens niet in die tijd ontstaan. Het meer was tot het eind van de 19e eeuw een grote zandverstuiving. Om te voorkomen dat de weilanden en wegen zouden verdwijnen onder het stuivende zand werden de zandverstuivingen met plaggen en hei bedekt. Tussen de plaggen werden bomen geplant. Het  zand waar nu het meer is, is afgegraven in de jaren ’30 van de vorige eeuw. Enerzijds om zand te winnen voor de aanleg van de Rijksweg (A12), anderzijds omdat het zand nodig was voor versterking van militaire stellingen. Ook veel hout werd rond de Tweede Wereldoorlog gekapt voor diezelfde militaire stellingen.

Gletsjer

Een filmpje bij de les

Schooltv biedt verschillende filmpjes over de stuwwallen:

 

Bijna vakantie

Wat gaan we doen

Voor het midden van Nederland zijn de laatste lessen in zicht. Bij Mens en Maatschappij ligt het voor de hand om met de leerlingen te bekijken wat ze in de vakantie gaan doen:

  • weg of juist niet
  • lekker actief of juist lui
  • buiten of binnen
  • alleen, met familie of vrienden
  • een zonnig land of dichtbij
  • kamperen, logeren, hotel

all_inclusive

Grafieken, tabellen en atlas

De leerlingen interviewen elkaar en uiteindelijk verwerken ze de gegevens in een grafiek of tabel.
Van degenen die ‘weggaan’, markeren we de bestemming op een kaart. De atlas wordt erbij gepakt. Waar ligt het? Welke plaatsen (landen) zijn favoriet? Waar komt dat door? Wat bepaalt je keuze? (zon, budget, prijs, activiteiten)

 

Prijs en budget

Wat kost een vakantie eigenlijk? Waarvoor moet betaald worden? De leerlingen hebben met elkaar vaak een aardig idee van wat er allemaal bij komt kijken, maar staan nog flink te kijken van de uiteindelijke kosten. Als je ze een zoekopdracht geeft met een beperkt budget, komen ze al snel uit op ‘all inclusive‘. Vergelijk je dat aanbod met de prijzen wanneer je zelf alle onderdelen apart zou inkopen, dan vraag je je af hoe dat aangeboden kan worden.

 

Schooltv

De Rekenkamer zocht het uit. En voor het onderwijs heeft schooltv een verkorte versie ontwikkeld: De Rekenkamer in de klas.
De bewerking voor de klas bevat

  • een poll
  • ruimte om te reageren
  • een link naar een andere film (vakantie na de Tweede Wereldoorlog)
  • een docentenhandleiding
  • kijkvragen (werkblad)

U vindt het filmpje hier. De handeling en de kijkvragen vindt u hier. Een mooi staaltje economie tot besluit van het schooljaar.

Alvast een fijne vakantie allemaal!

 

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Hoofdstuk 9

In de nieuwe versie van Plein M is hoofdstuk 9 een herhalingshoofdstuk: één blad met vragen over de belangrijkste lesstof over elke cursus.

2016-06-07 15.44.30

Als de leerlingen die werkbladen maken, wordt snel duidelijk welke kennis is blijven hangen. Maar ook welke onderdelen ze alweer vergeten zijn. Dat laatste kan frustrerend zijn.

Het kan daarom handig zijn om de voorkennis op te frissen: een korte terugblik alvorens het werkblad te laten maken.

Dat kan klassikaal. Als de leerlingen de oude delen op school hebben, kunnen ze het hoofdstuk doorbladeren. U stelt vragen als:

  • Waar ging het ook alweer over?
  • Wat is je bijgebleven?
  • Welke afbeelding vond je het leukst en waarom?
  • Welk begrip vond je lastig? Weet je het nu nog?

De leerlingen kunnen alleen of in kleine groepjes een woordveld maken rondom het hoofdstuk.

  1. Geef iedere leerling een stapeltje post-its of kleine blaadjes. De leerlingen bedenken individueel of in tweetallen bij toerbeurt een minuut lang onderwerpen die bij de cursus of het hoofdstuk passen en schrijven dat onderwerp (een woord of een zin) op een apart blaadje.
  2. Daarna vergelijken de leerlingen in tweetallen of kleine groepjes wat ze genoteerd hebben. Ze mogen in hun werkboek controleren of het klopt en of ze niets vergeten zijn.
  3. Samen maken ze op een groot vel papier een indeling. Het hoofdthema schrijven ze groot in het midden, de kaartjes met deelonderwerpen leggen ze eromheen. Als iedereen vind dat het goed is, worden de kaartjes vastgeplakt.
  4. Om de beurt noteren de leerlingen een passend begrip, gebeurtenis (met jaartal), persoon bij één van de deelonderwerpen. Natuurlijk kunnen ze er ook afbeeldingen bij zoeken.
  5. Laat enkele groepjes hun ‘woordveld’ presenteren.

bubblus

In plaats van op papier kan dit ook digitaal gebeuren, bijvoorbeeld met text2mindmap (zonder registratie) of bubbl.us (meer mogelijkheden, wel even registreren).

 

 

Andere suggesties:

  • Laat leerlingen (al dan niet facultatief) een korte mondelinge presentatie houden over een cursus. Neem vooraf de cursus kort met de leerling die hem presenteert: wat zijn de hoofdpunten die aan bod moeten komen.
  • Laat leerlingen een moodboard maken met behulp van pinterest. Ze zoeken afbeeldingen bij de cursus op internet. Deze pinnen ze en kunnen ze van een kort commentaar voorzien.

 

En verder ben ik erg benieuwd hoe mijn collega’s dit hoofdstuk inzetten. Hopelijk wilt u een reactie achterlaten?